Astma en allergien, Gezondheid
Laat een reactie achter

A little dirt does not hurt

In de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie spelen altijd meerdere nivo’s mee. Hoe graag zeggen we, dat overgewicht in mijn genen zitten en ik er dus niets aan kan doen? Zelfs in de rechtspraak kun je minder toerekeningsvatbaar verklaard worden als je aan kunt tonen, dat je voor-belast bent door opvoeding of je genen.

Nature of nurture

Dat het bij astma en allergieën om een omgevingsprobleem (nurture) en niet zozeer om een genetisch probleem (nature) gaat, kan men afleiden uit de zeer snelle toename van atopische en immuniteitsproblemen in de afgelopen 30-40 jaar, dus zelfs binnen 1 generatie mensen. Toen ‘de Duitse Muur viel’ in 1989 ging men er vanuit, dat voormalige Oost-Duitse kinderen meer last zouden hebben van Astma en allergieën. Stinkende Trabanten, vervuiling door cokes- en kolenstook werden als factoren genoemd die de kinderen negatief zou moeten beïnvloeden. Vergelijking van West-Duitse en Oost-Duitse kinderen leverde echter het omgekeerde plaatje op, de West-Duitse kinderen hadden meer last van deze welvaartsproblemen, waarschijnlijk vanwege de voeding en voortgeschreden Westerse leefstijl. 25 Jaar later zijn de verschillen genivelleerd, aangezien het welvaartspeil en de leefgewoontes in de voormalige Oost-Duitse Bondsstaten gelijk getrokken is. Ook wanneer Afrikanen onze leefgewoontes overnemen, dan krijgen ze te maken met dezelfde allergie-problemen als de Westerse kinderen. Als eerste in de steden, waar de welvaart het grootste is. Tenslotte bestaat er statistiek, die laat zien, dat er een correlatie is tussen het Bruto-Nationaal-Product in een land en de incidentie van Astma en allergieën. Een schatting is, dat in de komende 10 jaar meer dan 400 miljoen mensen in de wereld lijden onder Astma. Nog geen eeuw gelden waren allergische aandoeningen nog uiterst zeldzaam. Tegenwoordig is het één van de grootste aandoeningen onder jonge mensen.

Hoe snel het allemaal veranderen kan, blijkt uit een Poolse studie na toetreding tot de EU. Daarvoor hadden 50% mensen een eigen koe als je tenminste niet in de stad woonde. Ik herinner nog het beeld van de koeien die overal aan een lange ketting werden geweid. In zeer korte tijd verdween het principe van ‘boer-bij’. De cijfers rondom Asthma en allergie laten echter zien dat tussen 2003 en 2012 (slechts 9 jaar) het aandeel mensen met een atopie in de dorpen op hetzelfde niveau komt te liggen als in de steden (ca 20%). Het niveau in de steden had zich nauwelijks veranderd. Dronk in 2003 nog 35% van de dorpsmensen rauwe melk van de eigen koe, in 2012 was dit gezakt tot slechts 9% van de dorpelingen. Had atopie onder de melkdrinkende dorpsbewoners in 2003 een aandeel van (slechts) ca 7,5%, in 2012 lag dit op 20% (Sozanska et al., 2015), net als in de stadse omgeving.

Inmiddels zijn er twee hypothesen opgesteld, die een verklaring bieden voor de betere immuun-status van bijvoorbeeld boerderijkinderen. Als eerste werd de hygiëne-hypothese ontwikkeld door David Strachan (1989) op basis van de aanlokkelijk klinkende uitspraak: ‘a little dirt does not hurt’, met andere woorden, we hebben een bepaalde mate van ‘vuil’, besmetting en bacteriën nodig om ons gezond te kunnen ontwikkelen. In de laatste jaren wordt deze hypothese versterkt en aangevuld door de microbiome-hypothese, die de focus legt, hoe bepalend verschillende gebeurtenissen vroeg in het leven zijn voor de uiteindelijke ontwikkeling van de darmflora en een gezond immuun antwoord (West et al., 2014). Onderzoekers bestempelen inmiddels de fase van de zwangerschap en derhalve de leef- en eetgewoontes van de zwangere moeder als een belangrijke factor. Is de moeder gezond, niet-obese; wat zijn haar eetgewoontes en waarmee voedt zij zichzelf wel en niet? Met welke bacteriën komt zij in aanraking? Geboorte (waar, hoe), borstvoeding (lengte, frequentie, voedingspatroon moeder) bepalen de 2e fase die zijn stempel drukt, hoe het nieuwe leven zich immunologisch kan ontwikkelen. Het belangrijke van de uitgebreide hypothese is, dat hier aandacht wordt gegeven aan de betekenis van de zwangerschap, de normale vaginale geboorte, het niet gebruiken van antibiotica in de vroege levensfase, de borstvoeding en de rauwe melk in het dieet erna. Hoe vroeg wordt het jonge kind in contact gebracht met voldoende bacteriën uit zijn omgeving? In de DOHaD-onderzoekersgroep (Developmental Origins of Health And Disease) wordt derhalve gesproken van de fase in het leven die begint bij -9 maanden en doorloopt tot minstens +9 maanden. Het wordt steeds duidelijker, dat de predispositie voor astma en allergie in verbinding te brengen is met de wijze waarop de darmflora zich in het 1e levensjaar kan ontwikkelen (Liu, 2015). Eén van de eerste studies die werd uitgevoerd in hoeverre de zwangerschap van invloed is op de latere gezondheid van kind en zelfs kleinkind is gedaan met baby’s, die geboren zijn in de Hongerwinter in Amsterdam. In het laatste oorlogsjaar heerste grote hongersnood. In deze studie kon men de gezondheid vervolgen van mensen, die de Hongerwinter in verschillende foetale stadia doorgemaakt hebben (0-3, 3-6, 6-9 maanden van de zwangerschap). Het tijdstip van diepe ondervoeding van de zwangere moeder bleek van grote invloed op het leven van het dan nog ongeboren kind, maar merkwaardig genoeg ook op de kinderen van deze kinderen. Derhalve spreekt men hier van een epigenetisch effect. Hoewel een genetische invloed aanwezig is, is het moeilijk een onderscheid te maken tussen de werkelijke genetische afwijkingen en de epi-genetische invloed. Epi-genetisch betekent dan uiteindelijk toch weer, dat er omgevingsfactoren zijn, die het genetisch systeem reguleren, genen in- en uitschakelen. Door dit type studies is er een enorme aandacht ontstaan voor de leef- en eetgewoontes, maar ook de BMI-status van de zwangere moeder op haar nog ongeboren kind.

Het is gemakkelijker te constateren, dat de Westerse mens steeds meer immuun-ontregeld is, dan exact en mechanistisch te begrijpen, waarom dit zo is. Het immuunsysteem is een ingewikkeld systeem en de regulering ervan heeft daadwerkelijk met de complexiteit van een levensstijl te maken, met de juiste momenten van ondersteuning, etc. Een aantal dingen zijn inmiddels duidelijk geworden en de focus is op de zeer vroege ontwikkeling van het nieuwe leven (Casaca, 2014; Hesla, 2015):

  • gezondheidsopbouw van de baby begint voor de geboorte, al in de baarmoeder en hangt derhalve al af van voedings- en levenswijze van de zwangere vrouw,
  • het laatste onderzoek brengt zelfs naar voren, dat het foetale immuunsysteem geprikkeld kan worden door emdotoxinen, resten van bacteriën (celwanden) of de hele bacteriën zelf. Hier gaat derhalve de aandacht uit naar de rijkdom en diversiteit van ht micobiële leven in en om de zwangere moeder (Logan et al., 2016),
  • een normale huisgeboorte, vaginaal in de ‘eigen omgeving van de moeder’ leidt ertoe, dat het kindje in aanraking kan komen met de bacteriën die bij de gezonde moeder horen. Er is sprake van een ecologische bacterie-enting van moeder naar kind,
  • vroeg contact met ‘normaal’ omgevingsvuil, bacteriën in de omgeving en in de voeding spelen een belangrijke rol,
  • borstvoeding, pro- en prebiotische voeding zijn belangrijk, maar ook het vermijden van antibiotische behandelingen,
  • de darmflora-ontwikkeling speelt mede een rol in de juistheid van het latere immuun-antwoord
  • er zijn correlaties vastgesteld met bepaalde bio-actieve vetzuren in de voeding, waaruit stoffen gevormd worden die de celwandprikkeling positief dan wel negatief beïnvloeden. Klinisch wordt dit opgemerkt als wel of geen jeuk.

Nog even terug naar het onderzoek van Weston A. Price onder de natuurvolkeren. Hoewel we vaak enigszins minachtend over de simpele leefwijze van deze mensen denken en spreken, toonde Price aan, dat in hun cultuur een enorme wijsheid lag. Deze werd verzorgd in rituelen en leefgewoontes. Het waren de Groenland Eskimo’s, die als leefregel hadden, dat men zich zo moet voeden, dat een gezonde nieuwe generatie ontstaat. In een tijd, dat keizersnedes de boventoon gaan voeren en vrouwen fertiliteitstrajecten in moeten om de kans te verhogen om zwanger te worden, dan komt de vraag omhoog, of het niet mogelijk is door aanpassing van onze leef- en voedingsgewoontes om de vruchtbaarheid weer te verbeteren. Misschien niet in 1 generatie, maar beslist in 2.

Foto: een boerderijkind in contact met dieren, Völkleswaldhof (D)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *