Astma en allergien, Gezondheid, Obesitas
Laat een reactie achter

De Franse (kaas) paradox

Fransen eten grote hoeveelheden kaas, ca 22 kg per persoon per jaar. Toch blijft Frankrijk achter als het om onder meer overgewicht, hart- en vaatziekten, maar ook Diabetes mellitus type 2 gaat, terwijl ze toch fors meer roken en alcohol drinken. De onderzoeker Lallès (2016) onderzocht de ‘French paradox’ en kwam daarbij tot de hypothese dat er in de (rauwmelkse) kaas een bescherming moet liggen. Vaak bagatelliseren onderzoekers verschillen tussen rauwe en verhitte melk, maar in de ‘French paradox’ speelt de consumptie van kaas en rauwmelkse kaas een belangrijke rol via het enzym alkaline fosfatase, wat in rauwe melk voorkomt. Bekend is dat een rij aan enzymen hun werking verliest na pasteurisatie, wat ook logisch is aangezien de evolutie de enzymen hun werkzaamheid heeft gegeven bij lichaamstemperatuur. Verschillende warmtegevoelige eiwitten en enzymen denatureren derhalve bij verhitting boven de 40-50oC. Onderzoekers hebben in de laatste jaren veel werk verricht rondom alkaline fosfatase. Het is een bekend enzym in de zuivelindustrie, aangezien het gebruikt wordt om vast te stellen of melk werkelijk verhit is. Boven de 58oC verliest het haar werking. De term alkaline fosfatase geeft aan, dat dit enzym vooral werkt in het alkalische gebied, lees een basische omgeving (pH=8-9,5). Dit is dan vooral in de dunne darm. Nu blijken er in ons lichaam op verschillende plekken iso-vormen van dit fosfatase voor te komen. Bliski et al (2017) spreekt derhalve van een fosfatase-familie, waarvan elk lid specifiek is voor een bepaald orgaan. Er is sprake van endogeen fosfatase, wat het lichaam zelf aanmaakt, maar er is ook exogeen fosfatase, uit de voeding afkomstig. Het enzym speelt een rol in a) de energiecyclus, aangezien het een fosfaatgroep verwijdert van moleculen (ATP-cyclus) en b) in het onschadelijk maken van gram-negatieve bacteriën. Hier wordt de bacteriecelwand aangegrepen, waardoor de bacterie onschadelijk wordt gemaakt. Dit wordt als anti-inflammatoir of ontstekingsremmend aangemerkt. Verder speelt het een rol in c) de absorptie van langketenige vetzuren en d) het handhaven van een voldoende hoge pH. Fosfatase wordt derhalve als onderdeel van een gezonde darmflora beschouwd.

Voor een gezonde darmfunctie is het van belang, dat de darmwand voldoende ‘dicht’ is en zelf de doorlating van moleculen regelt. Grote moleculen en bacteriën mogen niet zomaar door de wand heen in de bloed- of lymfestroom geraken. Dit leidt namelijk tot een bloedvergiftiging of scepsis. Er is sprake van een chronische, voortdurend laag niveau van ontsteking, wanneer er telkens kleine hoeveelheden bacteriemateriaal in de bloedbaan terecht komen. De darm moet gesloten zijn (permeabiliteit; tight junctions) en de integriteit van de darmwand (vorm darmvlokken, leeftijd darmvlokken, kwaliteit darmslijmvlies) moet gewaarborgd zijn voor een goede gezondheid.

In muizen heeft men al aangetoond, dat wanneer er voldoende alkaline fosfatase via de voeding in het darm-lumen komt, dat dan de darmflora wijzigt. Er zijn 2 interessante feiten. In zgn. KO-muizen, die genetisch geen fosfatase kunnen aanmaken, blijkt er sprake te zijn van een sterke verarming van de darmflora. In normale muisjes die extra fosfatase via het voer kregen, nemen schadelijke bacteriën als Salmonella typhimurium en Clostridium difficile af. Er is sprake van herstel van een ‘gezonde’ flora. Deze waarnemingen verklaren waarschijnlijk ook, waarom juist oudere mensen zo gevoelig kunnen zijn voor verkeerde bacteriën. Wanneer de oudere mens bovendien zeer weinig eet, dan neemt de fosfatase-activiteit en daarmee het ontgiften van schadelijke gram-negatieve bacteriën in korte tijd sterk af. Met tot gevolg een hogere kans op schade door deze ongewenste bacteriën (Enterotoxinen). De darmflora neemt in de loop van het leven qua diversiteit geleidelijk af, maar het lijkt erop, dat een zeker herstel (of behoud) mogelijk is door extra fosfatase, maar ook pre- en probiotica in de voeding. De aantasting van het darmslijmvlies en afvlakken van de darmflora-diversiteit wordt gezien als indicatie van verschillende chronische ontstekingsziekten: ziekte van Crohn en dikke darm ontsteking, coeliakie, metabolisch syndroom en obesitas. Ontstekingswaarden in het bloed gaan omhoog en fosfatase-activiteit in de darm is sterk verlaagd. Het meeste onderzoek is tot nu toe gedaan in dierstudies, maar inmiddels wordt extra fosfatase via de voeding ook getest in mensen met chronische darmontsteking.

De Franse paradox heeft te maken met de inname van verzadigd vet uit melkproducten, maar desondanks een geringe kans op overgewicht en metabolisch syndroom. Het metabolisch syndroom omvat de grote taille-omvang, de vervette lever, verhoogde bloeddruk en de insuline-resistentie. Het is de voorloper van suikerziekte (diabetes mellitus type 2). Muisjes die te weinig fosfatase-activiteit ontwikkelden, kregen uiteindelijk al deze symptomen, maar wanneer extra fosfatase werd gegeven, verdwenen de symptomen. Ook antibiotica behandelingen vroeg in het leven van de muis, leidde later tot verhoogde kans op metabolisch syndroom, echter wanneer antibiotica werd toegediend met extra fosfatase, dan werd de kans hierop volledig onderdrukt. Ook dit verklaart de negatieve uitwerking van vroege en herhaalde behandelingen met antibiotica bij jonge kinderen. Hun darmflora wijzigt zich, de kans op astma en allergie neemt toe, evenals de kans op obesitas. Lallès (2016) wijst op twee wegen, die beschermend werken door de inname van rauwe melk en rauwmelkse producten. Er is sprake van bovine fosfatase, een fosfatase, dat vergelijkbaar werkt als humaan fosfatase en dat vanuit de melk en kaas in de darm terecht komt. Echter er is ook een indirecte werking van de melkproducten (kaas, kwark, blauwschimmels) op de fosfatase verhoging in de darm zelf. Caseïne, calcium en lactose stimuleren de fosfatase activiteit, maar ook de langketenige onverzadigde vetzuren. De bekende verschillen tussen de remmende werking op ontstekingen van omega-3 vetzuren in vergelijking tot omega-6 vetzuren is gedeeltelijk terug te voeren op de stimulatie van fosfatase in de darm. Verder worden de kortketenige vetzuren (C4-C8), maar met name de concentratie aan boterzuur (C4) positief in verband gebracht met de verhoogde fosfatase-activiteit. Melkproducten zijn gevormd door melkzuurvormende bacteriën. Verschillende stammen zijn gevonden, die zelf fosfatase vormen. Melkproducten (gepasteuriseerd of niet) hebben dus hun indirecte stimulering van alkaline fosfatase. Onverhitte melk en melkproducten hebben een directe bijdrage aan de verhoging van alkaline fosfatase.

Deze en andere resultaten duiden erop, dat een verhoogde fosfatase concentratie in de voeding heilzaam is voor het onderdrukken van tal van ontstekingen die via de darm verlopen. Het biedt een belangrijke bijdrage aan de instandhouding van een gezond darmmilieu. De integriteit van de darm wordt inmiddels in verband gebracht met verschillende chronische ziekten, maar ook concentratiestoornissen en autisme. Rauwe melk en rauwmelkse producten bevatten nog de normale hoeveelheid fosfatase, dat de maag passeert en zijn werking kan hebben in de dunne darm. Het lijkt erop, dat rauwe melk hierin een bescherming biedt (vooraf), maar ook een bijdrage kan leveren in het herstel (achteraf). Volle melkproducten bevatten een belangrijk aandeel vet en vetzuren en dieren uit de biologische veehouderij en het alpiene gebied hebben de hoogste gehaltes aan omega-3 vetzuren. Al deze factoren zullen hun bijdrage leveren aan de instandhouding van een gezond darmmilieu.

De paradox gaat echter nog een stap verder, namelijk de vraag naar het rauwe aspect van melk. Experimenten met Salmonella typhyricum laten zien (Alam et al, 2012), dat het gevaar van deze bacteriële besmetting sterk afgenomen is, als de muisjes ook fosfatase opnemen, waardoor hun overlevingskansen verhoogd zijn. Tyfusepidemieën zijn niet alleen een vraag van aanwezigheid van de bacterie en de besmettingsgraad, maar kennelijk ook van de voedingstoestand en gezondheid van een organisme en de inname van fosfatase. Het is derhalve paradoxaal, dat rauwe melk altijd gecontroleerd wordt op de aanwezigheid van Salmonella, maar tegelijkertijd een eigen beschermingsmechanisme heeft tegen de eventueel aanwezige Salmonella. (NB. Salmonella wordt overigens niet of nauwelijks aangetroffen in goed gewonnen rauwe melk).

Al met al lijkt het erop, dat het van belang is de fosfatase-activiteit in de darm voldoende hoog te houden. Via voedingskeuzes kan men hier ondersteuning bieden. Er is sprake van zowel preventie als herstel door fosfatase-opname. Ook lijkt het erop, dat bij het wegvallen van deze bescherming door ondervoeding of verkeerde voeding, het risico van ontstekingen toeneemt, zowel ontstekingen die voortkomen uit de welvaartsziekten als door bacteriën van buiten af. De bescherming valt dan weg.

Foto: (rauw)melkse kazen in Bra (It)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.